Toegankelijkheid is design

Ik zat laatste te lunchen met een vriend. Hij was gevallen met de fiets en had zijn hand gebroken. Zijn hele arm zat in het gips. Eten ging op zich prima maar het draaien van spaghetti was wat lastig. En het bedienen van zijn computer ook. En dat is natuurlijk vervelend voor iemand die met computers werkt. Maar het is ook niet onmogelijk. Veel programma’s en websites zijn zo gemaakt dat ze ook met een handicap prima te bedienen zijn.

Spast

Een andere vriend van mij is extreem spastisch. Ik heb hem op IRC ontmoet en pas na een jaar intensief chatten kwam ik er achter dat hij spastisch is. Zo spastisch dat hij bijna niet is te verstaan. In het fysieke leven is het wat lastig om hem te verstaan, maar online is dat geen enkel probleem. Dat vind ik een van de mooiste eigenschappen van computers in het algemeen en het web in het bijzonder. We kunnen dingen maken waardoor mijn twee vrienden gewoon goed kunnen blijven functioneren.

Zielig

Handicaps heb je in alle soorten en maten. Een peuter hebben kan je beschouwen als een handicap, zeker als je vanuit huis werkt. Boven de veertig zijn is ook een handicap. Onze ogen gaan achteruit en die piepkleine lettertjes die we tien jaar geleden gebruikten voor onze websites zijn nu echt onleesbaar. Elke maand lees ik dit alphabet of accessibility issues even door om me weer even te herinneren dat we onze sites niet alleen ontwerpen voor relatief succesvolle, gezonde digital natives. Het web is er voor iedereen, en mijn twee vrienden vallen daar ook onder. Net zoals de 26 mensen die in dat alfabet staan. Mensen die vaak niet eens doorhebben dat ze een handicap hebben. Zoals die persoon die astigmatism heeft. Ik weet niet wat het is, en hijzelf ook niet. En toch kunnen we rekening houden met deze mensen. Wij kunnen dingen bouwen die het leven van al deze mensen veraangenamen. Dat is toch fantastisch!

Een technische checklist

Jaren geleden ben ik ooit eens ingehuurd voor een krankzinnige klus voor een website van een of ander ministerie. In die periode werkten alle ministeries aan hun nieuwe website. De website van economische zaken scoorde hoger volgens de checklist van de webrichtlijnen dan die van het ministerie waar ik voor werkte. En er was een soort van strijd tussen die twee ministeries. Wij moesten en zouden een hogere score halen. En ik werd daar voor ingehuurd voor een hoog uurloon. Je zou denken dat dit een dankbare taak zou zijn, een site toegankelijk maken, maar dat was het niet. Ik moest de site namelijk niet toegankelijk maken, ik moest er voor zorgen dat de site hoger scoorde. Dat zijn twee verschillende dingen. Een site toegankelijk maken heeft te maken met empathie. Dat doe je omdat je als designer graag problemen oplost voor de mensen die jouw product gebruiken. Een hoge score daarentegen heeft te maken met ego. Dat is het tegenovergestelde van empathie. Ik heb sindsdien altijd een enorme hekel gehad aan die technische afvinklijstjes van de webrichtlijnen. Dat is geen design, dat is bureaucratie.

Wat dan wel?

Een tijdje geleden was ik bij een presentatie van Johan Huijkman van Q42. Hij vertelde over het toegankelijk maken van de website van 9292. Ook 9292 wilde graag het toegankelijkheidsstempeltje halen. Tijdens die presentatie liet hij een versie van de site zien die volgens een technische toegankelijkheidsexpert helemaal in orde was. Veel bureaus zouden de checklist afvinken en het hierbij laten. Maar Johan ging het eerst nog even testen met iemand die blind is. En die snapte er helemaal niks van. Die kon onmogelijk met deze oplossing van A naar B reizen. Natuurlijk zijn ze er nog eens goed naar gaan kijken met een interaction designer en uiteindelijk hebben ze iets gemaakt waar mensen met een handicap wél iets aan hebben. Wat ik zo mooi vind aan dit voorbeeld is dat ze toegankelijkheid niet als een lijstje met technische bugs hebben benaderd. In tegendeel. Ze hebben het gewoon behandeld en opgelost als wat het is: een design-probleem.