De eigenschappen van de browser

This article was written in 2016. It might or it might not be outdated. And it could be that the layout breaks. If that’s the case please let me know.

In zijn prachtig vormgegeven, en briljant geschreven essay What Screens Want legt Frank Chimero uit dat het een tijdje duurt voordat we goed begrijpen wat we met een nieuw materiaal kunnen. De eerste films, bijvoorbeeld, waren toneelstukken die met een camera met een vast standpunt werden gefilmd. Later ontdekten we pas dat de eigenschappen van film, zoals montage en cameravoering, de boel een stuk spannender kunnen maken. Het duurt even voordat een materiaal echt goed begrepen wordt.

Het materiaal waar we op het web mee werken, de browser, heeft ook eigenschappen. Rafaël Rozendaal heeft ze ooit eens opgesomd. Sommige punten die hij benoemt zijn inmiddels al wel gemeengoed. Het feit dat de grootte van de browser op elk moment kan veranderen bijvoorbeeld, dat weten we inmiddels wel. En elke goede designer weet natuurlijk dat kleur sowieso vreemd is, maar dat het op het web compleet onbetrouwbaar is: de website van de belastingdienst ziet er heel anders uit op jouw gekalibreerde monitor dan op de geelgerookte Dell laptop van je buurman, maar hij is voor jullie allebei even belangrijk. Een andere belangrijke eigenschap van het web is natuurlijk ook dat pixels verschillende afmetingen kunnen hebben. Daar word ik telkens als ik een heel dun fontje gebruik aan herinnerd, vooral als ik mijn site aan mijn buurman laat zien op zijn Dell.

Inmiddels zijn we er natuurlijk ook aan gewend geraakt dat mensen invloed kunnen uitoefenen op het beeld. Door met een muis te bewegen, door met een vinger te smeren, of door bijvoorbeeld te roepen. We beginnen ook steeds beter te worden in het vormgeven van interactie. Het is niet voor niks dat je steeds meer nuttige transities en animaties tegen komen. En we weten inmiddels ook wel wat nuttig is en wat flauwekul. Het is al weer een tijdje terug dat ik een paralaxding ben tegengekomen.

Dit zijn allemaal vanzelfsprekende eigenschappen van het web. Er zijn ook eigenschappen die we volgens mij nog niet ten volle hebben onderzocht. Rafaël Rozendaal heeft het er bijvoorbeeld ook over dat een beeld kan veranderen doordat mensen er iets mee doen. Je ziet het terug in meest gelezen artikel lijstjes op nieuws sites. Hoe meer mensen op een artikel hebben geklikt, hoe hoger het in de lijst staat. En hoe ouder een klik is, hoe minder zwaar hij telt. Maar vergelijkbare algoritmes kan je natuurlijk ook gebruiken in je vormgeving. Muisbewegingen, kliks, vingervegen, ze zijn allemaal te gebruiken om het beeld te veranderen. Dat kan vanzelf gaan, maar je zou je bezoekers zelfs controle over de vormgeving kunnen geven, zoals Wikipedia controle over de content geeft. Q42 had jarenlang een colourpicker op hun site waarmee je niet alleen de achtergrondkleur kon veranderen, maar ook de kleur van de lampen in hun kantoor in Den Haag. Voor de meeste sites is dit wellicht niet zo’n goed idee. Maar voor Wikipedia zou dit weer wel een goed idee zijn. Oh wat zou ik die graag eens onder handen willen nemen!

Je kan de creativiteit van je bezoekers gebruiken om het beeld te beïnvloeden, maar je kan daar natuurlijk ook allerlei data voor gebruiken. Je kan een theme switchen op basis van het tijdstip. Of op basis van het seizoen. Of het huidige weer. Of het nieuws. Of het aantal files. Maar je kan natuurlijk ook willekeurig elke andere data die van wat voor sensor dan ook af komt gebruiken om je design te laten veranderen.

De laatste eigenschap van de browser, volgens Rafaël Rozendaal, is het feit dat computers best wel aardig zijn in het genereren van willekeurige nummers. Ik zelf maak gebruik van random nummers om kleuren te genereren, of bijvoorbeeld om de kolombreedte van een grid telkens een klein beetje aan te passen. Maar ook hier is natuurlijk veel meer mee mogelijk.

Het web is zo flexibel als je zelf wil. Je kan pagina’s ook continue laten veranderen, zoals de achtergrond in het essay van Frank Chimero die langzaam van kleur verandert. Hij noemt die flexiliteit de flow van het scherm. Hoe je het ook noemt, er kan echt veel en veel meer mee dan we tot nu toe doen.